Interview Tamim al-Barghouti

Posted by on Mar 8, 2011 in Geschreven, Interviews | No Comments

De camera glijdt door een flitsend verlicht televisiedecor. Onder luid applaus komt een wat mollige, bebrilde jongen op. Hij wandelt langs een nepfontein, langs provisorisch gebouwde Arabische bogen en neemt plaats midden in de set. Een vijfkoppige jury zet zich schrap om genadeloos kritiek te spuien. Ze zoeken een nieuw idool. Maar vanavond geen stemcapriolen, populaire deuntjes of slick gechoreografeerde danspasjes. Vanavond: poëzie.

Zittend op een bankje dreunt de jonge dichter opzwepende zinnen de zaal en de wereld in. Begeesterd beschrijft hij Jeruzalem, de stad die hij als Palestijn nooit langer dan een dag kan bezoeken. Het publiek is laaiend enthousiast: een zwart-witgeruite sjaal wordt omhoog gehouden, de Palestijnse vlag wappert. Onder het scherm verschijnt zijn naam: ‘Stem Tamim al-Barghouti, bel…’ De blitse televisiecontext vervreemdt en verbleekt bij de woorden van de declamerende dichter.Prince of Poets heette de tv-show die de Ara­bische wereld wekenlang in zijn greep hield. 5.400 Dichters uit verschillende Ara­bische landen meldden zich en uiteindelijk streden vijf finalisten om de titel en de prijs van 270.000 dollar. Miljoenen televisiekijkers zagen via Arabische satellietzenders hoe Tamim al-­Barg­houti voordroeg. Hij won niet, maar hij werd wel een internationaal idool. Op internet werd hij uitgeroepen tot ‘ware winnaar’. Zijn poëzie werd omschreven als ‘te politiek voor de jury’. En toen televisiezender Al Jazee­ra hem verzocht zijn werk voor te dragen, werd die uitzending door maar liefst zestig miljoen mensen bekeken. Opnamen van zijn voordrachten galmen vandaag de dag door taxi’s, auto­bussen en winkelcentra in de Palestijnse gebie­den en omstreken. ‘Er zijn zelfs ring­tones,’ vertelt hij breed lachend.

Macht

Over de Prince of Poets-show zwijgt hij liever. ‘Ik kan er niets positiefs over zeggen en ik wil vermijden dat mensen mijn kritiek interpreteren als bitterheid over het feit dat ik niet heb gewonnen. Voor mij was meedoen met Prin­ce of Poets slechts een middel. Deelname aan de wedstrijd met alles wat erbij hoort: zo’n oriëntalistisch decor, het commentaar van een jury. Voor mij voelde dat als de prijs die ik moest betalen om miljoenen televisiekijkers warm te maken voor poëzie.’

Voor zijn optreden in Prince of Poets was Barg­houti (29) al een bekend dichter; hij is de zoon van de Egyptische schrijfster Radwa Ashour en de beroemde Palestijnse dichter Mourid al-Barghouti. Barghouti studeerde politicologie in Egypte en promoveert nu op een onderzoek naar de Arabische identiteit. Het enorme succes van het gedicht ‘In Jeru­za­lem’ komt hard aan. Barghouti fronst: ‘Het verwart me. Vijftienjarigen leren mijn gedicht op school. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid mee.’

Jazeker, verantwoordelijkheid, maar ook macht. Barghouti, fel: ‘Nee, macht heb ik niet. Macht bestaat niet. Niemand heeft meer dan lichaam en geest. Er bestaan geen sultans, koningen of presidenten. Zij bekleden die functies omdat de collectieve verbeelding van een groep mensen dat zo wil. Ook ik ben het resultaat van de fantasie van al die mensen die me willen zien voordragen. Macht is niets meer dan een effect van collectieve verbeelding.’

Populistisch

Tamim al-Barghouti praat zoals hij voordraagt: beheerst, gedreven, soms zelfs dwingend. Een jongeman die gewend is dat er naar hem wordt geluisterd. Zijn missie lijkt te slagen: moderne poëzie is ongekend populair onder jong en oud in de Ara­bische landen.
Welke rol speelt je eigen poëzie in die opleving?

‘Daarop zijn verschillende antwoorden mogelijk. Eén: we beleven een historisch moment waarop een grote groep mensen in het Mid­den­-Oosten behoefte heeft aan een boodschap van hoop en die vindt in mijn poëzie. Twee: mijn poëzie vaart mee in de slipstream van het Idols-format of past goed bij de emoties die ik als Palestijnse kandidaat nu eenmaal oproep. Dan is er nog die derde mogelijkheid: dat ik gewoon een goede dichter ben. De komende jaren zie ik als een test: pas wanneer ik dit nieu­we territorium voor de poëzie kan verdedigen, ben ik ervan overtuigd dat die derde mogelijkheid waar is. De tijd moet het uitwijzen.’

Kwamen je politiek geladen gedichten in de commerciële context van ‘Prince of Poets’ wel tot hun recht?
‘Natuurlijk! Poëzie is in essentie niets anders dan spreken. Goede poëzie kan door iedereen begrepen worden. Ik vertrouw volledig op het oordeel van mijn publiek. Mijn lezers en luisteraars bepalen of iets goed is. Ik vertrouw ze en volg ze, hoe gevaarlijk dat ook klinkt.’ Klinkt vooral populistisch.

‘Ik begrijp dat je dat zegt, maar je moet die uitspraak zien binnen de hedendaagse context van het Midden-Oosten, waarin de bevolking extreem kwetsbaar is. Politieke beslissingen hebben hun weerslag op het persoonlijke leven van de burger. De bezetting van een land als Irak, bijvoorbeeld, bepaalt hoeveel boterhammen er op tafel komen. Politiek bepaalt welke zoon zijn vader kan zien, wie vrij is en wie niet. Maar het wrange is: de gemiddelde burger heeft daar geen invloed op. De houding van de huidige machthebbers is: Jullie zijn het niet waard om naar te luisteren. Vroeger kon er weinig gezegd worden, tegenwoordig is de teneur: jullie, het volk, zeggen wat jullie willen; wij, de politici, doen wat wij willen.’

Zing-sprekend steekt hij zijn betoog af: ‘Laat de politiek aan de politici, zeggen ze. Laat de literatuur aan de intellectuelen, zeggen ze. Laat de poëzie aan de grote dichters. Bemoei je vooral nergens mee. Dus: in het gehele huidige Midden-Oosten leeft een bevolking die zich volstrekt waardeloos en machteloos voelt. Juist die machteloosheid drijft mensen tot wanhoopsdaden en zelfmoordaanslagen. In mijn poëzie wil ik de wanhopigen laten weten dat ze hun leven wél waard zijn. Dat ze de mogelijkheid hebben om te oordelen en te kiezen. Dus als ik in dat streven het risico loop populistisch genoemd te worden, neem ik dat graag op de koop toe.’

Elitair

De status van poëzie in de Arabische cultuur is voor een westerling moeilijk te vatten. Er heerst een rijke traditie van hoog geëerde dichters. Grote namen als Mahmoud Dar­wish trekken volle zalen. Toch blijft het een elitaire aangelegenheid. De kentering die het programma Prince of Poets teweegbracht, is het toegankelijk maken van poëzie bij meer mensen dan alleen die bovenlaag. ‘De oorspronkelijke betekenis van poëzie is verloren gegaan. Ze is volledig losgezongen van haar publiek. Een select clubje critici bepaalt tegenwoordig wat een goed gedicht is. Ik wil de poëzie weer terugbrengen waar ze hoort: bij het volk.’

Zo beschouwd, is het massale stemmen van de Arabische bevolking op de dichters in Prince of Poets belangwekkend. Hoe poëzie emancipeert, maar misschien ook: hoe televisie emancipeert? Of: hoe het Idols-format wereldwijd het democratische model propageert. Op naar een democratischer poëzie? Barg­houti schudt het hoofd. ‘Het begrip democratie is in het Midden-Oosten bezoedeld, verloren. Mensen zien hoe het werkt: parlementaire verkiezingen maken geen verschil. Demonstraties maken geen verschil. Als je demonstreert, word je, zoals in Palestina gebeurt, neergeknald; of gewoon genegeerd. Het geloof in het moderne seculiere leven dat jullie zo koesteren, is hier morsdood. In het Westen betekent democratie misschien vooruitgang, succes; voor ons betekent het ellende, kinderen die sterven op straat, dood en onderdrukking. En, geloof me, geen enkele onderdrukking kan eeuwig duren, ook de onderdrukking van de Palestijnse bevolking niet.’

‘In Jeruzalem’ is populair tot ver over de betwiste Palestijnse grenzen. Hoe verklaar je dat? Een zuur lachje: ‘Kijk, hoe verschillend de Ara­bische landen ook zijn: niemand houdt van Isra­ël en niemand houdt van de Verenigde Sta­ten. Zo eenvoudig is het. Als Palestijn mag ik niet langer dan één dag in Jeruzalem blijven. Terwijl ik er was, voelde ik haar door mijn vingers glippen. Ik was er en ik was er niet. Dat gevoel heb ik in mijn gedicht beschreven. De stad Jeruzalem behoort toe aan de afwezigen, aan hen die geen toegang hebben tot haar.’

Geloof je dat jouw woorden, schallend uit taxi­ramen en over de toonbanken van Ramallah, een verschil kunnen maken? Barghouti zucht: ‘Gedichten zijn in ieder geval betere handlangers dan geweld. Geweld is een methode die de wil breekt en de levenslust ontneemt. Poëzie doet het tegenovergestelde. Poëzie geeft kracht. Poëzie emancipeert. En dat zeg ik niet als dichter of als pacifist, maar als politicoloog.’

© Sarah Meuleman | Vrij Nederland, 08 feb 2008

Leave a Reply